Arbotermem

Woordenlijst van 'Arbotermen' voor de preventiemedewerker

Tevens via onderstaande te knop te downloaden.


Arbeids- en organisatiekundige

Een van de vier Arbodeskundigen, door wie bedrijven zich kunnen laten ondersteunen bij Arbo-zaken. Arbeids- en organisatiedeskundigen adviseren en begeleiden organisaties bij het gezond en gemotiveerd inzetbaar houden van medewerkers. Zie ook Arbo-kerndeskundigen.

Arbeid hygiënische strategie

Werkgevers moeten bij het nemen van Arbomaatregelen een arbeidshygiënische strategie volgen.  In de arbeidshygiënische strategie staat de volgorde waarin maatregelen genomen mogen worden vast. Uitgangspunt is dat het risico bij de bron wordt aangepakt. Lukt dat niet, dan mag je pas overgaan op een andere maatregel.          

De arbeid hygiënische strategie ziet er als volgt uit:  

  • Bronmaatregel – de oorzaak van het probleem wegnemen. Voorbeeld: schadelijke stof vervangen door een veiliger alternatief. Als dit niet mogelijk is:
  • Collectieve maatregel. Voorbeeld: het plaatsen van afscherming of een afzuiginstallatie. Als collectieve maatregelen niet mogelijk of niet genoeg helpen:
  • Individuele maatregelen. Voorbeeld: het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie). Als dit nog niet genoeg effect heeft:
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen. Voorbeeld: gehoorbescherming en lasbrillen.

 Arbeidshygiënist       

Een van de vier Arbodeskundigen, door wie bedrijven zich kunnen laten ondersteunen bij Arbo-zaken. Een arbeidshygiënist heeft kennis van fysische, chemische en biologische (risico)factoren op de werkplek. Voorbeelden hiervan zijn klimaat, geluid, gevaarlijke stoffen en blootstelling aan virussen/bacteriën. Zie ook Arbo-kerndeskundigen.

Arbeidsmiddelen

Arbeidsmiddelen zijn alle hulpmiddelen die bij het werk gebruikt worden. Van eenvoudig gereedschap tot machines en procesinstallaties. Naleving van de voorschriften voor arbeidsmiddelen is een verplichting van zowel werkgevers als werknemers. Voorschriften gaan over keuring, onderhoud en gebruik.

Arbeidsrisico’s

Elk soort werk kent zijn eigen risico’s. Denk aan: Fysieke risico’s (bijvoorbeeld tillen, beeldschermwerk), psychosociale risico’s (bijvoorbeeld agressie, werkdruk), veiligheids- en omgevingsrisico’s (bijvoorbeeld valgevaar, lawaai).

Arbocatalogus

Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers in een sector bepalen gezamenlijk welke maatregelen getroffen worden om te voldoen aan de doelvoorschriften in de Arbowet. Deze maatregelen, oplossingen en aanbevelingen zijn door hen vastgelegd in de Arbocatalogus. Het voordeel is dat deze oplossingen passen bij de werksituatie en de risico’s van de eigen sector. Arbocatalogi die door de Inspectie SZW zijn getoetst en goedgekeurd, vormen het referentiekader voor de handhaving door de Inspectie SZW. Een overzicht van alle goedgekeurde Arbocatalogi kun je ook vinden op Arboportaal.nl.

Arbodeskundige      

Een bedrijf moet zich laten bijstaan door een gecertificeerde Arbodeskundige, die adviezen geeft over het verbeteren van arbeidsomstandigheden en een zorgvuldige begeleiding van zieke werknemers. Bedrijven mogen zelf bepalen wat voor een deskundige ze inhuren. Dit kan een bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige of arbeids- en organisatiedeskundige zijn. Een bedrijf heeft een gecertificeerde Arbodeskundige nodig voor: het toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) – verzuimbegeleiding – het arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) – functiegerichte aanstellingskeuringen. Gecertificeerde Arbodeskundigen kunnen bij een Arbodienst werken of als zelfstandige werkzaam zijn.

Arbodienst             

Een Arbodienst is een commercieel bedrijf dat werkgevers adviseert op het gebied van:

  • arbeidsomstandigheden
  • verzuimbegeleiding- re-integratiebegeleiding
  • Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Een werkgever kan een Arbodienst inhuren, maar dat is geen verplichting. Van de gecertificeerde Arbodiensten bestaat een lijst, zowel van interne als externe Arbodiensten. Interne Arbodiensten zijn Arbodiensten die direct zijn aangesloten bij een specifiek bedrijf (meestal de grote bedrijven) en externe Arbodiensten zijn niet aangesloten bij een specifiek bedrijf. Bij deze gecertificeerde Arbodiensten kun je terecht voor een gecertificeerde Arbodeskundige. Gecertificeerde Arbodeskundigen kunnen ook zelfstandig werkzaam zijn. Bedrijven kunnen zelf beslissen of ze de deskundigheid inhuren via een Arbodienst (vangnetregeling) of zelf organiseren (maatwerk­regeling).

 Arbo-kerndeskundige

Een deskundige als genoemd in artikel 2.7 Arbobesluit. Dit zijn:

  • bedrijfsarts,
  • veiligheidskundige,
  • arbeidshygiënist of hogere arbeids- en organisatiekundige.

Zie ook Arbodeskundige.

 Arbowet        

De Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet vormt de basis van de Arbowetgeving. Hierin staan de algemene bepalingen voor veilig en gezond werken die gelden voor alle plekken waar mensen werken. In de Arbowet staat dat de werkgever verplicht is om een goed Arbobeleid te voeren, zodat de medewerkers in een veilige en gezonde omgeving hun werk kunnen doen. In de Arbowet staan geen concrete regels, maar doelvoorschriften. Verdere uitwerking van de Arbowet staat in het Arbobesluit en de Arboregeling.

Bedrijfsarts  

Een van de vier Arbodeskundigen genoemd in het   Arbobesluit. In tegenstelling tot de andere Arbodeskundigen zijn bedrijven verplicht om samen te werken met een bedrijfsarts. Een bedrijfsarts werkt bij een Arbodienst of is zelfstandig gevestigd. Een bedrijfsarts moet worden ingeschakeld bij: – de verzuimbegeleiding en re-integratie van werknemers – bij aanstellingskeuringen – bij periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Een bedrijfsarts is onafhankelijk.

Bedrijfshulpverlener

In geval van nood moet de bedrijfshulpverlener in actie komen. Hij heeft als taken: verlenen eerste hulp bij ongevallen; bestrijden van een beginnende brand; ontruimen van het gebouw.

BHV  

Bedrijfshulpverlening

Branche RI&E-instrument   

Een RI&E-instrument is een hulpmiddel bij het opstellen van een RI&E. Het is een checklijst waarmee systematisch alle mogelijke veiligheids- en gezondheidsrisico’s in het bedrijf in kaart kunnen worden gebracht. Vervolgens worden de risico’s geordend van groot naar klein. Uit deze inventarisatie en evaluatie van de risico’s, volgt een Plan van Aanpak voor het invoeren van verbeteringen. De RI&E-instrumenten zijn ontwikkeld door brancheorganisaties. De risico’s die hierin aan bod komen zijn afgestemd op de meest voorkomende risico’s in de betreffende branche. Bedrijven kunnen (bijna altijd) gratis gebruik maken een branche RI&E-instrument. Alle RI&E-instrumenten zijn te vinden op rie.nl

Bronaanpak

Zie arbeidshygiënische strategie.     

Doelvoorschriften   

In de Arbowet staan doelvoorschriften voor veilig en gezond werken. Doelvoorschriften zijn normen waaraan het werk moet voldoen. Er is bijvoorbeeld een norm voor het maximale geluidsniveau op de werkplek. Hoe de doelen bereikt worden mag de werkgever zelf bepalen. Veel sectoren hebben passende maatregelen vastgelegd in de Arbocatalogus.

Erkenning    

Een branche specifiek RI&E-instrument kan erkend worden. Voorwaarde voor erkenning is de goed­keuring van het instrument door minstens één werkgeversorganisatie, alle werk­nemers­organisaties die in jouw branche bij de CAO betrokken zijn en/of actief zijn en bovendien een gecertificeerd Arbo-kerndeskundige. Wanneer bedrijven met maximaal 25 werknemers een erkend RI&E-instrument gebruiken, dan krijgen zij toetsingsvrijstelling. Zie ook Erkenning en aanmeldingsprocedure en RI&E-toetsingsregimes voor bedrijven op rie.nl

Inspectie SZW

Sinds 2012 vormen de oude Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) en de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD) samen de Inspectie SZW. De Inspectie SZW houdt, naast preventie (voorlichting over rechten en plichten en de gevolgen bij het niet naleven hiervan), onder andere toezicht op en handhaaft de naleving van de Arbeidsomstandighedenwetgeving.

Ondernemingsraad    Ondernemingen met 50 of meer medewerkers zijn verplicht een ondernemingsraad (OR) in te stellen. De Ondernemingsraad (OR) heeft op het gebied van arbeidsomstandigheden instemmingsrecht. De OR moet dus de opzet en de uitvoering van de RI&E en het Plan van Aanpak goedkeuren. Zie ook Personeelsvertegenwoordiging.

 PAGO 

De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken (Arbowet, Artikel 18). Dit heet PAGO, Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek. Tegenwoordig is er ook het PMO, Preventief Medisch Onderzoek. Het PMO is een nieuwere variant van de PAGO, waarbij ook leefstijl en conditie worden meegenomen. De werknemer mag gebruik maken van de PAGO/PMO, maar is dat niet verplicht. Een PAGO/PMO kan door een bedrijfsarts worden uitgevoerd.

PBM  

Als er ondanks de inzet van bronmaatregelen, collectieve maatregelen en individuele maat­regelen toch nog veiligheids- en gezondheidsrisico’s blijven bestaan, dient de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen gratis beschikbaar te stellen en te zorgen voor goede voorlichting over het gebruik en onderhoud ervan. In de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) dienen de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen beschreven te zijn.

Personeelsvertegenwoordiging     

Bedrijven met minder dan 50 medewerkers kunnen een personeelsvertegenwoordiging (PVT) installeren. Dit is alleen verplicht als de meerderheid van de medewerkers daar om vraagt. Een PVT heeft net als een OR instemmingrecht op het terrein van arbeidsomstandigheden. Zie ook Ondernemingsraad.

Plan van Aanpak      

Uit het invullen van de RI&E, volgt een Plan van Aanpak. In dit Plan van Aanpak staat beschreven welke maatregelen de werkgever gaat nemen tegen de geïnventariseerde risico’s, op welke termijn dit gaat gebeuren en wie hiervoor verantwoordelijk is.

PMO 

Preventief Medisch Onderzoek. Zie PAGO.

Preventiemedewerker       

Ieder bedrijf is verplicht om ten minste één preventiemedewerker aan te stellen. De preventiemedewerker werkt actief aan het bevorderen van de veiligheid en de gezondheid binnen het bedrijf. In kleine bedrijven (met 25 of minder werknemers) mag de werkgever ook zelf de preventiemedewerker zijn.

De preventiemedewerker voert drie wettelijk verplichte taken uit:

  1. Het (mede) opstellen en uitvoeren van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
  2. Het adviseren van en samenwerken met directie, ondernemingsraad of personeels­vertegen­woordiging voor goede arbeidsomstandigheden.
  3. Het zorgdragen en (mede) uitvoeren van verbetermaatregelen.

PSA   

PSA staat voor Psychosociale arbeidsbelasting. Het gaat hierbij om discriminatie, seksuele intimidatie, agressie en geweld, pesten en werkdruk. Deze factoren in de werksituatie kunnen tot stress leiden en vervolgens tot (langdurig) ziekteverzuim.  Werkgevers zijn verplicht om een beleid te voeren dat erop gericht is PSA te voorkomen of te beperken.

RI&E           

Elk bedrijf met personeel moet (laten) onderzoeken of het werk gevaar kan opleveren of schade kan veroorzaken aan de gezondheid van de werknemers. Dit onderzoek heet een risico-inventarisatie en -evaluatie: RI&E. Het moet schriftelijk worden vastgelegd: zowel de inventarisatie van de risico’s, de evaluatie daarvan én het plan van aanpak dat daaruit volgt. De RI&E kan uitgevoerd worden met behulp van een RI&E-instrument, dit is een checklist of vragenlijst die helpt om de risico’s en oplossingen op een rij te krijgen.

Toetsing      

Een bedrijf is wettelijk verplicht de door het bedrijf uitgevoerde RI&E en het plan van aanpak te laten toetsen door een gecertificeerd Arbodeskundige. Deze Arbodeskundige bekijkt of alle risico’s in kaart zijn gebracht, of de situatie in het bedrijf goed is weergegeven en of de laatste normen en richtlijnen zijn gebruikt. Ook adviseert deze deskundige bij het plan van aanpak. De toetsing is dus een inhoudelijk, deskundig advies over de RI&E en het plan van aanpak dat het bedrijf verplicht moet laten uitvoeren. Daarna moeten bedrijven, n√° instemming door een OR of PVT (indien aanwezig), met de getoetste RI&E en plan van aanpak aan de slag.

Toetsingsvrijstelling 

Vanaf 1 april 2011 geldt voor bedrijven met 25 werknemers of minder, die gebruik hebben gemaakt van een erkend branche RI&E-instrument volgens de nieuwe criteria, dat zij hun RI&E (helemaal) niet meer hoeven te laten toetsen. Dit betekent: geen bedrijfsbezoek van de Arbodienst of Arbo-kerndeskundige; geen aanvullende metingen (mits de metingen die voor het opstellen van de RI&E zijn uitgevoerd door erkende instellingen zijn uitgevoerd); dus tijd- en kostenbesparing; en meer motivatie en sneller aan de slag om zaken te verbeteren. Welke branche RI&E-instrumenten deze erkenning voor toetsingsvrijstelling hebben staat op rie.nl

Veiligheidskundige  

Een van de vier Arbodeskundigen, door wie bedrijven zich kunnen laten ondersteunen bij Arbo­zaken. Een veiligheidskundige heeft specifieke kennis en kunde op het gebied van arbeidsveiligheid.

De HVK’er (hogere veiligheidskundige) adviseert bedrijven op het gebied van hun arbeids­omstandig­hedenbeleid. Denk daarbij aan risico’s die kunnen ontstaan bij het werken met machines en werken op hoogte. De HVK’er inventariseert risico’s, beoordeelt hoe veilig de werkomgeving voor werknemers is en voert zo nodig maatregelen door om de veiligheid binnen een bedrijf te verbeteren. HVK’ers kunnen adviseren en ondersteunen bij alle vormen van gevaarlijk werk, aanpassingen van de werkplek en de inzet van PBM. Zij kunnen ook het Arbobeleid opstellen. HVK’ers kunnen ook een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) opstellen en de uitvoering controleren, de RI&E uitvoeren en officieel toetsen. Voor het toetsen moet de HVK’er zijn gecertificeerd. Beroepsvereniging voor veiligheidskundigen: NVVK In vergelijking met een MVK’er (middelbare veiligheidskundige) is de HVK’er meer beleidsmatig bezig.

Vertrouwenspersoon

Een vertrouwenspersoon is iemand in het bedrijf met wie medewerkers in vertrouwen problemen kunnen bespreken. Bijvoorbeeld als de medewerker slachtoffer is van ongewenst gedrag, zoals pesten, seksuele intimidatie, discriminatie en agressie. Werkgevers zijn verplicht hun werknemers te beschermen tegen psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan deel uitmaken van dit PSA-beleid. De aanstelling van een vertrouwenspersoon gaat in overleg met de Ondernemingsraad